Naam anbi:  

K.v.K.:  

RSIN

Bankrekening:

Website adres:

E-mail:

Secretariaat:

Stichting Gaby Bovelander

68595271

857512158

NL 71 ABNA 0245 6007 60

www.stichtinggabybovelander.org

stichtinggabybovelander@gmail.com

Le Chevalierlaan 3, 8162 PD Epe

©2017

laatste aanpassing: 8 november 2019

Al het beeldmateriaal op deze site is auteursrechtelijk beschermd. Wilt u beeldmateriaal gebruiken, neem dan contact op met de stichting via stichtinggabybovelander@gmail.com

Gaby was als kind altijd aan het tekenen en dat is een constante in haar leven gebleven. Haar artistieke toekomst werd bepaald door een toevallige gebeurtenis: Willem Sandberg bracht een bezoek aan haar ouderlijk huis, Kasteel Staverden, waar haar vader directeur van het vakantieoord van de Stoomvaart Mij. ‘Nederland’ was. Sandberg kwam kijken naar een kleed van de ontwerper Lion Cachet, dat daar in de kamer lag. Hij zag een meisje in de serre zitten aquarelleren en vroeg aan haar vader wie zij was. Hij bekeek haar werk en adviseerde haar vader om zijn dochter naar de kunstacademie te laten gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kasteel Staverden

 

 

Haar vader nam het advies ter harte en Gaby ging naar de kunstacademie in Arnhem. Zij volgde de eerste twee jaren van de richting beeldhouwkunst, maar het langdurig kappen in steen en hout – gietharsen werden toen nog niet gebruikt – vroegen naar haar gevoel te veel tijd om het creatieve ambities te kunnen verwezenlijken. Ze miste ‘kleur!’

 

Vervolgens ging zij naar de afdeling Monumentaal werk: sgraffito, wandschilderingen, draadconstructies, bewerking van metalen platen e.a.; ook wilde zij de richting glas-in-lood volgen vanwege de liefde voor de materie,, de kleuren van glas met de daarbij behorende uitdagende problematiek dat de techniek zo zijn beperkingen heeft.

 

‘Je kunt niet een schets maken en die dan meteen precies zo uitvoeren’. Steeds zocht zij nieuwe uitdagingen, het ambachtelijke sprak haar aan. De kennis en de beheersing van het materiaal, de techniek, de compositie, de kleur, waren de basisgegevens waar de basisgegevens waaraan zij van het begin af aan veel waarde is gaan hechten.

De opleiding van Gaby was zeer degelijk. Het boek van Max Doerner, ‘Malmaterial’, was haar bijbel voor de schilderkunst. Ook de verschillende stijlen van de opvolgende stromingen in de kunstgeschiedenis en de anatomie van het menselijk lichaam moesten gekend en getekend kunnen worden. Gaby werkte veel. Een gedreven kunstenaar dienste zich aan. Hoewel Gaby na de opleiding zich voor een groot deel van haar tijd met schilderen bezig is gaan houden, kwam het niet in haar op om op de academie ook de afdeling schilderkunst te kiezen. Die ervaarde ze als veel te saai ‘al die stillevens!’ Abstractie sprak haar meer aan. In de schilderkunst zocht zij toch het monumentale en voelen we de kracht van haar persoonlijkheid.

Kunstenaars die haar aanspreken en geïnspireerd hebben zijn onder andere: Rothko, Tapies, Bacon, Malevich en Melle.

In het begin van haar carrière ontwierp Gaby wandschilderingen voor scheepsinterieurs, een identificatie voor de verschillende etages in het nieuwe gebouw van de universiteit van Nijmegen, vloer- en wandkleden, sgraffito’s voor scholen en fabrieken. Zij bleef schilderen en daarnaast tekenen. Het laatste gaat haar gemakkelijk af, en daarom stelt zij zich de taak om aan bepaalde zichzelf opgelegde eisen te voldoen. Makkelijk was voor haar niet interessant.

Muziek speelt een heel belangrijke rol. Het geeft ‘sfeer’ weer. Ritme en klank drukken hetzelfde uit als compositie en kleur. Tijdens het werken luistert zij altijd naar muziek en vindt zij bij Mahler, (Richard) Strauss en Beethoven maar ook bij de oude- en hedendaagse muziek terug wat haar zo boeit: romantiek en monumentaliteit. Haar gevoelens druk zij kernachtig uit in de uitspraak: ‘Leven met het gevoel van heimwee naar gisteren en morgen in het weten van vandaag, met de absolute zekerheid van dit moment dat ik met jou zit te praten’.

Waarin heimwee naar gisteren de ‘nostalgie’ uitdruk, het heimwee naar morgen het ‘ideaal’ met de ‘zekerheid van nu’.

De bron van Gaby’s schilderkunst is de natuur in al zijn grootsheid en eindeloosheid. De natuur die haar dagelijks omringt in het prachtige landschap om Hoog-Soeren, waar zij altijd weer uitdrukking aan geeft. Daarbij vormt de horizon het spanningsveld. Om het landschap te kunnen schilderen hoeft zij niet op reis. Het zit al in haar hoofd, eindeloze variaties op een thema. Maar het ideaal zal nooit bereikt worden en dat is eigenlijk het ‘absolute niets’. Gelukkig maar, want dan zou het afgelopen zijn.

Bij de opzet van een schilderij heeft Gaby een vaag idee. Op een ongedwongen manier, al werkende, gaat het een bepaalde kant uit, waarbij lijnen overgaan in vlakken, kleuren dieptes verkrijgen, en er – nadat ze een versobering heeft nagestreefd – licht verschijnt. Op een goed moment ziet ze dat ‘het’ er is.

In Gaby’s eerste periode is het surrealisme mede richting gevend geweest. Het ging een eigen leven leiden en werd haar eigen stijl, één die zeer herkenbaar is (Magisch Realisme). Desolate landschappen, die bevolkt werden door ‘fantastische’ figuren en vormen. Haar kleurgebruik is dan nog enigszins gedekt: zandkleuren en blauwen. De compositie van het landschap is horizontaal – denk aan de oude Italiaanse landschappen. Om dat te doorbreken plaats zij bomen, die de verticaliteit benadrukken. Zij heeft eindeloos natuurgetrouw bomen getekend. Het ‘skelet’ van de boom is interessant en daarom worden de wortels, die de boom dragen, ook geschilderd.

Fantasiefiguren in haar landschappen ontstaan uit het deformeren van getekende figuren, die bij het opzetten anatomisch kloppend zijn. Hele dagen worden besteed aan minutieus schilderen in olieverf en tekenen met potlood op verschillende ondergronden. De basiskennis van het tekenen is voor haar essentieel. Een compositie, een figuur staat of valt met de juiste opbouw.

Het natuurgetrouw weergeven is te verhalend, het begint pas bij het deformeren. Zij borduurt voort op haar honderden diertekeningen: katten, honden, muizen, eenden, kikkers, slakken, en ook mensjes. Ze roepen soms op tot humor en vrolijkheid. Het is boeiend te onderzoeken tot hoever deze kunst kaan gaan en herkenning van de ‘essentie’ mogelijk blijft. Het is opvallend dat de ogen verbonden worden door een fijne lijn, waarbij ze zelfs tot het einde van die lijn geplaatst worden, buiten het hoofd. De tekening zijn trefzeker.

‘In een paar lijnen kun je iets neerzetten, je mag niet breien’ is een van haar gevleugelde uitdrukkingen voor haar talloze leerlingen. Haar lijnen zijn soms fijn som dik en drukken tegelijkertijd schaduw uit. Gaby geeft de voorkeur aan grof materiaal zoals vetkrijt en viltstiften. Het is niet verwonderlijk om te weten dat kunstenaar Jeroen Bosch haar boeit. Het ‘onbehagelijke’ dat de toeschouwer ervaart bij de vreemde wezens, wordt niet door haar als zodanig ervaren.

Haar technische kennis komt tot uitdrukking in de materialen die zij gebruikt. Zij onderzoekt het werken met ei-tempera en tekent en schildert op aluminium en koperen ondergrond en past bladgoud toe. Materialen, die blijven terugkomen ook in haar latere werk. Het onderzoek van transparanties over dekken lagen heen. De techniek van het schilderen van iconen, in haar geval op lindehout, boeide haar. Ook vinden we zelf gedraaide beschilderde houten mannetjes die haar speelsheid laten spreken. Interesse in materialen en drang naar perfectie leidden naar de verffabriek van Talens, gevestigd in Apeldoorn. Zij kreeg vele adviezen, maar ook omgekeerd testte zij nieuwe materialen, gesso’ s, geïmpregneerd papier, acrylverven e.a.

Gaby was niet langer meer tevreden met haar werk. Onder één van de kleinere werken uit die periode staat: ‘als de dagen lang duren slaap ik weinig rust in leed’.

De uitwerking van haar composities in olieverf duurde haar te lang en gaven geen voldoening meer. Zij ‘sloot’ zich vijf jaar op in haar atelier, terwijl zij doorging met haar cursussen aan De Doekom (het creativiteitscentrum dat zij zelf oprichtte in Apeldoorn). Zij sprak niet over haar nieuwe werk en wat er verder in haar omging. Zij wist zichzelf weer een nieuwe uitdaging te geven.

Een nieuwe periode in haar werk begon met het werken met acrylverf – in die tijd nog acryl polimeren – en het schilderen van lyrisch abstracte landschappen. Het werken met acrylverf vraag een andere benadering. De verf droogt snel en het is moeilijker om het transparanties te werken. Gaby wilde aantonen dat je met acryl dezelfde verfijning kunt krijgen als met olieverf. En dat is zeker gelukt. De oorsprong is nog steeds de verbeelding van de ‘sfeer’, maar nu via abstracte vormen: het vierkant, de driehoek en de cirkel, de horizon waar het licht op valt en het bij haar horende streven naar soberheid.

Haar palet bestaat nu uit neutrale pasteltinten in contract met felle kleuren. Het meest valt het turquoise op, in de door haar gebruikte blauwen. Verder kobaltblauw, ‘briljant blauw’ of ultramarijn.

Daarnaast schildert zij met kobalt-kleuren waar het rood weer uitspringt. De kleuren staan in evenwicht met elkaar en vormen soms een aanvulling of contract met de ‘witten’ en de ‘zwarten’ die zij eigenlijk niet gebruikt. Haar wit is altijd gebroken naar een warmere kleur (vaak met Napels-geel of grijzen). Zwart komt niet in haar palet voor. ‘Zwart is eigenlijk een dode kleur’. De diepe donkere kleur is een mengeling van Van Dijckbruin, gebrande sienna, ultramarijn blauw en natuurlijke omber. Verder maakt zij gebruik van transparante oxiden.

De kleuren worden zorgvuldig opgebouwd. Laag over laag. Contouren worden weg geschilderd maar de structuur blijf. In sommige werken komen we zelf geschept papier tegen dat ze soms bewerkt heeft, of bedekt met bladgoud of goudpoeder. Goud geeft diepte weer en drukt licht uit.

Wat de opbouw van haar composities betreft is er in wezen niets veranderd. Het vogeltje, dat in een zeepbel zit, komen we weer tegen in een rood schilderij waar een abstracte vorm onder een halve cirkel is gezet

We herkennen de eindeloze variaties die uit één thema  zijn te herleiden. Uitgaande van een getekende fles of tafel zijn er duizend varianten. Het vlak heeft alle mogelijkheden. Je kunt er je hele leven mee door.

Op een gegeven moment doet de diagonaal zijn intrede. Een vorm, die zij evenals de cirkel, als moeilijk ervaart. Er ontstaan composities met driehoeken. Haar schilderijen krijgen ook grotere afmetingen. Vaak overheerst de kleur rood en doorbreekt een veeg blauw het horizontale karakter. Het thema van het monochrome, het ‘absolute niets’ dat dan toch weer doorbroken wordt, dient zich steeds duidelijker aan.

Haar werken dragen geen titels en zijn alleen genummerd. Gaby Bovelander laat de kijker vrij in wat hij of zij wil zien of herkennen. ‘’wie licht blijft zien loopt nooit in de duisternis’’.

 

Dr. Louise Wijnberg

Restaurator Stedelijk Museum Amsterdam